De wetenschap achter studenttevredenheid

Vorige week vroeg een collega mij: is er onderzoek gedaan naar factoren die studenttevredenheid beïnvloeden? Het lijkt een open deur, die vraag, maar denk er maar eens over na. We bevragen onze studenten jaarlijks op talloze factoren om een beeld te krijgen over de mate van studenttevredenheid. Maar wat zijn nou de belangrijkste factoren, welke wegen het zwaarst? En: welke van die factoren kunnen we als ‘HU-community’  beïnvloeden?

Zojuist ben ik er eens wat verder ingedoken. Wellicht vind je het interessant te weten dat er heel veel onderzoek naar is gedaan, wereldwijd. Ook naar de manier waarop je studenten het beste kan bevragen op dit thema (veel detailvragen of juist een paar vragen op hoofdlijnen om een eerste beeld te krijgen en vervolgens met elkaar in goed gesprek te gaan). Er is ook onderzoek gedaan naar factoren zijn die je als hogeschool ook echt kan beïnvloeden (huisvesting is bijvoorbeeld een factor die grote invloed heeft op studenttevredenheid, maar die door de HU als zodanig niet te beinvloeden is).

Ondanks (of misschien wel dankzij) al dat onderzoek, zijn de uitkomsten niet echt eenduidig. Hoe dieper je kijkt, hoe diffuser het beeld wordt. Cruciaal zijn in ieder geval de inhoud van de opleiding (sluit die aan bij de beroepspraktijk en biedt de opleiding uitzicht op een baan), de kwaliteit en beschikbaarheid van docenten en de informatievoorziening. Ook blijkt dat ‘faciliteiten’ veelal ‘dissatisfiers’ zijn; zaken als huisvesting en voorzieningen moeten gewoon goed geregeld zijn en in voldoende mate aansluiten bij wat studenten verwachten van een hogeschool als de HU.

Als ik wat op de oppervlakte blijf van al de gedetailleerde onderzoeksresultaten, vind ik vooral het onderzoek van Pryor (2010) interessant. Hij zegt:

“The most powerful predictor of student satisfaction is a ‘sense of belonging’. Those  who feel connected to campus life are more inclined to feel content with their college choice. And the level of interaction students have with faculty members is also an important predictor.”

Uit zijn onderzoek leid ik vooral af dat het gaat of een student zich thuis voelt bij de HU. Bijvoorbeeld doordat er op de opleiding prettige werk- en ontspanningsplekken zijn . En dat je als student gehoord en gezien wordt en kan participeren in een opleidingscommissie, of een studie-, sport- of studentenvereniging.

Het onderzoek van Pryor zet op z’n minst aan tot nadenken. Maar wat mij betreft ook tot handelen. Wat kunnen we bijvoorbeeld morgen al doen om meer en beter (en ook digitaal met social media) te interacteren met studenten? Wat kunnen we doen om studenten meer in staat te stellen te participeren in besturen van opleidingscommissies en verenigingen? En wat kunnen we overmorgen doen, bijvoorbeeld als het gaat om het inrichten van werk- en ontspanningsplekken van studenten op de Uithof?

Kortom, we hebben denk- en doewerk te doen. Met elkaar: HU-medewerkers en HU-studenten. Laten we in ieder geval blijven praten over wat gedaan moet worden, wat we al doen en wat tot successen leidt. Misschien is het verstandig om als onderligger van dat gesprek een facebook te openen per opleiding om daar de ideeën van studenten, al dan niet uit opleidingscommissies of studieverenigingen, te verzamelen. Kunnen we de meteen bijhouden welke van die ideeën de komende maanden worden omgezet in resultaat.

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: